Meteoraam en weersomstandigheden
Het meteoraam specificeert onder welke metrologische omstandigheden goed gemeten kan worden. Deze beïnvloeding kan plaatsvinden bij harde wind en heftige regen, doordat deze stoorgeluiden op de microfoon veroorzaken. De belangrijkste invloeden zijn de wind, deze veroorzaakt windruis op de microfoon en harde regen.

Invloed van wind
De invloed van wind ontstaat als de windruis (door wind geproduceerde geluid aan de randen van de windbol) meer dan 7 dB onder het te meten geluidniveaus ligt. De meting wordt dan 0,8 dB hoger.
In onderstaande grafiek staat de gemeten windruis in dB(A) bij een bepaalde windsnelheid ( op 10 meter hoogte). In de grafiek vind je de windruis pal in de wind en windruis op een beschutte plaats voor de standaard windbol en een extra grote windbol. Let op: de windsnelheid op 5 meter hoogte ligt over het algemeen 30% lager dan op 10 meter hoogte en in beschutte omgevingen zoals de binnenstedelijk ruim tweemaal zo laag.

Figuur 2: Veroorzaakte windruis bij verschillende windsnelheden met gebruik van de standaard en grote windbol voor dB(A) metingen
Om te bepalen of windruis de meting beïnvloed, is het belangrijk de locatie en het geluidniveau van het te meten signaal te kennen. Is het te meten signaal hoger dan 60 dB(A) dan kan tot windkracht 6 worden gemeten. Dit is over het algemeen voor geluid van evenementen, bouw en verkeer.
Gaat het echter om achtergrond geluid in een stil buitengebied (40 tot 50 dBA) moet zeker met de windruis rekening worden gehouden. In deze situatie kan het al zijn dat bij matige wind (windkracht 4) al beïnvloeding plaatsvindt (zie grafiek). Deze beïnvloeding kan worden verminderd door toepassing van een grote windbol (dit scheelt +/- 6 dB) en/of het geluidmonitorstation enigszins beschut te plaatsen. De invloed van wind is op de dB(C) niveau aanmerkelijk groter dan op het dB(A) niveau (zie figuur 3).

Figuur 3: Veroorzaakte windruis bij verschillende windsnelheden met gebruik van de standaard en grote windbol voor dB(C) metingen
Als windruis te veel invloed heeft, zijn de metingen onbetrouwbaar en zouden ze niet gebruikt moeten worden. Bij een goede instelling van het meteoraam in de portal, geeft deze aan wanneer meting onbetrouwbaar worden. Het is dan aan de gebruiker om te beoordelen of dit echt zo is.
Worden er langtijd gemiddelden bepaald, zoals de Lden, dan is het niet bezwaarlijk om de onbetrouwbare metingen niet mee te nemen in de berekeningen. Statistisch komen deze hoge windsnelheden niet frequent voor en hang vanzelfsprekend af van de locatie in Nederland, waar de langjarige gemiddelde windsnelheden sterk kan variëren (zie figuur 4).

Figuur 4: Langjarig gemiddelde (1991-20200) windsnelheden in de Bilt, Eelde en Vlissingen in December en Juni
In de munisense portal kan de te verwachte windruis worden ingesteld. Dit hangt dus mede af van de te gebruiken windbol en de situatie ter plaatse en of dB(A) of dB(C) gemeten dient te worden. Deze instellingen geven een grove benadering van de windruis en daarmee of de metingen binnen of buiten het meteoraam vallen.

Invloed van regen
De algemene bepaling is dat bij regen niet gemeten dient te worden. Bij metingen voor juridisch gebruik dient dit dan ook vermeden te worden. De invloed van regen is op twee manieren:
⦁ Invloed doordat het geluid van regen op de windbol. Dit is vooral bij zwaardere regen > 1 mm/h aanwezig.
⦁ Demping door een vochtige (doordrenkte) windbol. Bij regen wordt windbol nat. Deze is zo geconstrueerd dat het vocht snel wordt afgevoerd, maar een verzadigde windbol heeft wel een dempend invloed (orde grote van 1 dB). Na een regenbui is het vocht in de regel na 15 minuten voldoende afgevoerd.
Meten op minder dan 50 meter afstand van de bron
Als de bron binnen 50 meter ligt en gemeten wordt op 5 meter hoogte, kan onder nagenoeg elke weeromstandigheid gemeten wordt, mits de deze de werking van de apparatuur niet beïnvloeden door windruis (zie hierboven) of hevige neerslag (> 1 mm/h). Het meteoraam kan dan worden ingesteld op de parameters gespecificeerd onder windruis en een maximale neerslag van 1 mm/h. Minimaal zicht kan worden ingesteld op 0 en de temperatuur tussen -20 en +40 graden Celsius.
Meten op groter dan 50 meter afstand van de bron
Bij het meten op grote afstand van de bron kunnen metrologische omstandigheden een grotere rol spelen. Windsnelheid op de dag dient dan hoger te zijn dan 1 m/s gemeten op 10 meter hoogte. In de nacht dient de windsnelheid ook hoger van 1 m/s te zijn een meer dan 1/8 bewolking. In het meteoraam kan in deze situatie de minimale windsnelheid op 1 m/s worden ingesteld.
Een tweede aspect bij meten op afstand is de meteocorrectie term (Cm), welke dient te worden toegepast bij het bepalen van het langtijdgemiddelde van een bekende bron LAeq,LT. Cm corrigeert voor metingen die onder meewind conditie zijn gedaan die hoger zijn dan het niveau wat over langere periode met wisselende weersomstandigheden gemiddeld zou zijn opgetreden.
De meteocorrectie term (Cm) hangt af van de afstand tot de bron en de hoogte van de bron, onderstaande tabel geeft de correctie waarde Cm in dB. De Cm waarde is maximaal 5 dB.

0 Opmerkingen